Depressie

Depressie (depressieve stoornis) kent verschillende vormen, waarbij de mate van ernst kan variëren van een lichte, tot een matige-ernstige of ernstige depressie en ook het beloop kan variëren (zie Diagnostiek en monitoring en achtergronddocument Kenmerken van de doelgroep). De zorgstandaard maakt een onderscheid tussen preventieve interventies bij depressieve klachten (ook wel ‘minor depression’ genoemd) en behandeling van mensen met een diagnose in de categorie depressieve stoornissen volgens DSM-5. Dysthymie is volgens de DSM-IV een lichte depressieve stoornis die chronisch is. In de DSM-5 zijn de chronische depressieve stoornis en de dysthyme stoornis samengevoegd in de classificatie persisterende depressieve stoornis. Dysthymie in deze zorgstandaard verwijst naar een specificatie van de persisterende depressieve stoornis zoals beschreven in DSM-5 (d.w.z. persisterende depressieve stoornis met zuiver dysthym syndroom). De gevolgen van een depressieve stoornis kunnen groot zijn, ook bij een lichte of matig-ernstige depressie of dysthymie.
De persoonlijke gevolgen van depressie of dysthymie kunnen ingrijpend zijn. De aandoening heeft impact op de kwaliteit van leven en het maatschappelijk en persoonlijk functioneren. De aandoening leidt vaak tot ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en kan grote gevolgen hebben voor het gezinsleven en het sociaal functioneren. Ernstige depressie heeft vaak ook een grote impact op de lichamelijke gezondheid en beperkt de levensverwachting. Depressie is daarnaast een belangrijke oorzaak voor suïcidegedachten, -pogingen en suïcide. De aandoening leidt er meestal toe dat een patiënt zichzelf steeds meer als waardeloos gaat zien. De gevolgen van dysthymie zijn vaak minder zichtbaar en leiden minder snel tot uitval van werk, opleiding of school, maar het chronische karakter kan zeer belastend zijn. Wie een depressie of dysthymie heeft, krijgt vaak te kampen met onbegrip en met gevoelens van schaamte en falen als mogelijke negatieve consequentie. Een ‘vroege’ depressie kan iemands schoolprestaties en de reguliere ontwikkeling in de levensloop verstoren. Bij ouderen zijn de gevolgen vaak ernstig en de symptomen lang aanwezig.
Niet alleen degene die een depressie heeft lijdt daaronder, maar ook diens eventuele partner en gezinsleden of andere naasten. Omdat een depressie grote gevolgen kan hebben voor diverse naasten is het belangrijk dat zorgverleners aandacht besteden aan het familiesysteem of andere naasten. Partners kunnen overbelast worden en de relatie met de partner of de kinderen raakt mogelijk verstoord. Eventuele broers of zussen van een kind of jongere met een depressie, kunnen in hun ontwikkeling beperkt worden. Ook kan de depressie of dysthymie in het gezin leiden tot isolement van de partner of gezinsleden. Baby’s met een depressieve moeder kunnen ernstig in hun ontwikkeling worden verstoord. Kinderen van een ouder met een depressie of dysthymie hebben verhoogd risico zelf een depressie of andere psychische problematiek te ontwikkelen.

Oorzaken

De oorzaak of aanleiding voor het ontstaan van een depressie is niet altijd aanwijsbaar. Oorzaken zijn niet altijd bekend en kunnen ook niet altijd gericht behandeld worden. Meestal speelt een combinatie van biologische, sociale en psychologische factoren tegelijkertijd een rol (zie ook achtergronddocument Riscofactoren voor het ontwikkelen en in stand houden van een depressie), zoals genetische achtergrond, bepaalde gebeurtenissen in het leven (negatieve (jeugd)ervaringen, overlijden of gemis van een dierbare, verlies van werk of status, verhuizing, etc.), alcoholgebruik, persoonlijke kenmerken (de manier van omgaan met emoties, emotieregulatie) en cognitieve stijl (negatieve informatieverwerking van gedachten en overtuigingen). Ook kunnen er lichamelijke oorzaken zijn, zoals hypothyroïdie, dementie, de ziekte van Parkinson, een doorgemaakt hartinfarct, somatisch onverklaarde klachten of chronische pijnklachten. Vaak spelen meerdere uitlokkende factoren of omstandigheden tegelijkertijd een rol (zie ook achtergronddocument Risicofactoren voor het ontwikkelen en in stand houden van een depressie). Transdiagnostische kernmerken zoals persoonlijke kenmerken (de manier waarop je met situaties en emoties omgaat, emotieregulatie) en informatieverwerking (in de vorm van negatieve gedachten en overtuigingen) spelen een rol. Deze stressoren zijn veelal levensfase-gebonden. De behandeling zet meestal in op de klachten passend bij de depressie en gaandeweg de behandeling kunnen een of meerdere oorzakelijke factoren duidelijk worden. Het is vanaf de start van de behandeling van belang de behandeling goed te laten aansluiten op het persoonlijke verhaal. Als er duidelijke stressverhogende psychosociale factoren meespelen wordt soms bijvoorbeeld een psychosociale behandeling meteen ingezet ten behoeve van het voorkomen of draaglijk maken van aan depressie bijdragende factoren (zie Psychosociale behandeling).
Bij naar schatting de helft van alle mensen met een depressieve episode gaat deze binnen 3 maanden spontaan over. Bij wie een depressie langer duurt treedt verbetering na gemiddeld 6 maanden op. Dit kan komen door spontaan herstel of door behandeling. Maar het herstel kan ook meer tijd of zorg nodig hebben (zie Organisatie van de zorg). Bijkomende psychische of lichamelijke aandoeningen (comobiditeiten) kunnen van invloed zijn op het beloop van de depressie en, andersom, kan de depressie invloed hebben op het beloop van deze aandoeningen. Depressie kan een eenmalige episode betreffen, maar is veelal een recidiverende aandoening (zie Voorkomen van depressie). Bij ongeveer de helft van de mensen met een eerste depressieve episode komt de aandoening terug nadat de patiënt is hersteld (recidief). Het risico op een volgende depressie is groter bij een hoger aantal eerdere depressieve episoden en indien er geen volledig herstel heeft plaatsgevonden in de tussenliggende periode. Een mogelijke verklaring voor deze kwetsbaarheid voor terugval is dat een depressieve periode kan leiden tot biologische en psychologische veranderingen, waarna minder krachtige psychosociale factoren nodig zijn om een terugval te luxeren (kindling-effect). De episodes van somberheid kunnen elkaar afwisselen met langerdurende periodes waarin mensen minder of helemaal niet depressief zijn. Bij terugkerende depressieve episodes bestaat er steeds een kans dat de depressie uiteindelijk een chronische vorm aanneemt.

Behandeling depressie

Een depressieve stemming of depressie verschilt van persoon tot persoon. Een behandeling  is dan ook altijd maatwerk. In onze behandeling maken we gebruik van onderstaande, of een combinatie van onderstaande behandelingen.

Problem Solving Treatment

Deze korte psychotherapeutische behandeling heeft aantoonbaar effect bij mensen met een depressie en draagt significant bij aan het verbeteren van de kwaliteit van leven. De behandeling is vooral ontwikkeld voor patiënten met langer durende psychische klachten die samenhangen met onopgeloste problemen in het dagelijks leven. De cursorische methode leert mensen (opnieuw) probleemoplossende vaardigheden aan en beslaat maximaal zes gesprekken. PST versterkt zelfmanagement van de patiënt door het ‘zelf’ plannen en uitvoeren van een gedragsverandering (ref). PST kan worden gezien als een vorm van psychotherapie. PST kan ook worden gegeven door de huisarts of POH-GGZ (dit wordt dan geen psychotherapie genoemd).

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is voortgekomen uit gedragstherapie en cognitieve therapie. In de therapie ligt de nadruk soms meer op de manier van denken en interpreteren, soms meer op de manier van doen en laten. Het opsporen en verwerken van nare ervaringen uit het verleden kan een onderdeel zijn in de behandeling. Evenals ‘problem solving therapy’, waarbij men leert om problemen in het hier op gestructureerde wijze op te lossen. De insteek is klacht- of probleemgericht, maar ook gericht op het voorkomen van terugval en de therapeut werkt vaak met oefeningen en huiswerk. Het inzichtelijk maken van de herkomst van depressief gedrag (op het niveau van denken, doen, voelen) en de instandhouding van vermijdingsgedrag zijn belangrijke aspecten in de behandeling. Onderdeel daarvan is dat men leert te reflecteren op wat het gevolg is van eigen gedrag, direct en later, bij zichzelf en bij de ander. En dat men inziet wat geprobeerd wordt om te voorkomen, nu en in de toekomst, bij zichzelf en bij de ander. Een onderdeel van de therapie is het bewerken van automatische negatieve gedachten, bijvoorbeeld over zichzelf, over de ander, of over wat er zal gebeuren, of over de impact van eigen gedrag. Uiteindelijk zal de patiënt meer positieve en functionele leefregels leren.

Gedragstherapie

In deze therapie staat het activeren van gedrag centraal. Op basis van een analyse helpt de behandelaar bij het zoeken naar het doorbreken van depressief gedrag en stimuleert hij/zij om de toepassing van nieuwe activiteiten toe te passen. Bij gedragstherapie ligt de nadruk op het wijzigen van (automatische) gedragspatronen die depressieve gevoelens uitlokken en in stand houden. Kenmerken van een depressie zijn onder andere een overtuiging dat niks helpt en dat men het eigen kunnen te laag inschat, of zal falen, of dat anderen weinig begripvol en afwijzend zullen reageren. Hierdoor ontstaat een neiging tot passief en inactief gedrag, wat weer tot gevolg heeft dat waardevolle en plezierige activiteiten niet gedaan en ervaren worden. In de behandeling zal de therapeut de cliënt stimuleren tot gedrag dat een positieve uitwerking heeft. 

Interpersoonlijke Therapie (IPT)

Deze therapie (IPT) gaat uit van het idee dat veranderingen in belangrijke relaties een depressie kunnen uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. In de therapie wordt onderzocht hoe de contacten met belangrijke anderen in uw omgeving verlopen. Daarna wordt gekeken hoe deze contacten bijdragen aan het ontstaan, of in stand houden van depressieve gevoelens. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de patiënt het moeilijk vindt om conflicten aan te gaan en zijn mening te geven. Hierdoor kan hij zich steeds meer gaan ergeren en/of terugtrekken uit contacten. Isolatie en depressieve gevoelens kunnen daardoor verergeren. In de behandeling worden één of hooguit twee probleemgebieden uitgekozen om de behandeling op te richten. In de laatste fase probeert me te komen tot een nieuw toekomstperspectief.

E-health

Ter ondersteuning van de behandeling van Depressieve Stoornissen maken wij gebruik van de E-health modules van therapieland

Depressie

Depressie (depressieve stoornis) kent verschillende vormen, waarbij de mate van ernst kan variëren van een lichte, tot een matige-ernstige of ernstige depressie en ook het beloop kan variëren (zie Diagnostiek en monitoring en achtergronddocument Kenmerken van de doelgroep). De zorgstandaard maakt een onderscheid tussen preventieve interventies bij depressieve klachten (ook wel ‘minor depression’ genoemd) en behandeling van mensen met een diagnose in de categorie depressieve stoornissen volgens DSM-5. Dysthymie is volgens de DSM-IV een lichte depressieve stoornis die chronisch is. In de DSM-5 zijn de chronische depressieve stoornis en de dysthyme stoornis samengevoegd in de classificatie persisterende depressieve stoornis. Dysthymie in deze zorgstandaard verwijst naar een specificatie van de persisterende depressieve stoornis zoals beschreven in DSM-5 (d.w.z. persisterende depressieve stoornis met zuiver dysthym syndroom). De gevolgen van een depressieve stoornis kunnen groot zijn, ook bij een lichte of matig-ernstige depressie of dysthymie.

Oorzaken

De oorzaak of aanleiding voor het ontstaan van een depressie is niet altijd aanwijsbaar. Oorzaken zijn niet altijd bekend en kunnen ook niet altijd gericht behandeld worden. Meestal speelt een combinatie van biologische, sociale en psychologische factoren tegelijkertijd een rol (zie ook achtergronddocument Riscofactoren voor het ontwikkelen en in stand houden van een depressie), zoals genetische achtergrond, bepaalde gebeurtenissen in het leven (negatieve (jeugd)ervaringen, overlijden of gemis van een dierbare, verlies van werk of status, verhuizing, etc.), alcoholgebruik, persoonlijke kenmerken (de manier van omgaan met emoties, emotieregulatie) en cognitieve stijl (negatieve informatieverwerking van gedachten en overtuigingen). Ook kunnen er lichamelijke oorzaken zijn, zoals hypothyroïdie, dementie, de ziekte van Parkinson, een doorgemaakt hartinfarct, somatisch onverklaarde klachten of chronische pijnklachten. Vaak spelen meerdere uitlokkende factoren of omstandigheden tegelijkertijd een rol (zie ook achtergronddocument Risicofactoren voor het ontwikkelen en in stand houden van een depressie). Transdiagnostische kernmerken zoals persoonlijke kenmerken (de manier waarop je met situaties en emoties omgaat, emotieregulatie) en informatieverwerking (in de vorm van negatieve gedachten en overtuigingen) spelen een rol. Deze stressoren zijn veelal levensfase-gebonden. De behandeling zet meestal in op de klachten passend bij de depressie en gaandeweg de behandeling kunnen een of meerdere oorzakelijke factoren duidelijk worden. Het is vanaf de start van de behandeling van belang de behandeling goed te laten aansluiten op het persoonlijke verhaal. Als er duidelijke stressverhogende psychosociale factoren meespelen wordt soms bijvoorbeeld een psychosociale behandeling meteen ingezet ten behoeve van het voorkomen of draaglijk maken van aan depressie bijdragende factoren (zie Psychosociale behandeling).

Behandeling depressie

Cognitieve gedragstherapie (CGT). CGT is voortgekomen uit gedragstherapie en cognitieve therapie. In de therapie ligt de nadruk soms meer op de manier van denken en interpreteren, soms meer op de manier van doen en laten. Het opsporen en verwerken van nare ervaringen uit het verleden kan een onderdeel zijn in de behandeling. Evenals ‘problem solving therapy’, waarbij men leert om problemen in het hier op gestructureerde wijze op te lossen. De insteek is klacht- of probleemgericht, maar ook gericht op het voorkomen van terugval en de therapeut werkt vaak met oefeningen en huiswerk. Het inzichtelijk maken van de herkomst van depressief gedrag (op het niveau van denken, doen, voelen) en de instandhouding van vermijdingsgedrag zijn belangrijke aspecten in de behandeling. Onderdeel daarvan is dat men leert te reflecteren op wat het gevolg is van eigen gedrag, direct en later, bij zichzelf en bij de ander. En dat men inziet wat geprobeerd wordt om te voorkomen, nu en in de toekomst, bij zichzelf en bij de ander. Een onderdeel van de therapie is het bewerken van automatische negatieve gedachten, bijvoorbeeld over zichzelf, over de ander, of over wat er zal gebeuren, of over de impact van eigen gedrag. Uiteindelijk zal de patiënt meer positieve en functionele leefregels leren.

Gedragstherapie. In deze therapie staat het activeren van gedrag centraal. Op basis van een analyse helpt de behandelaar bij het zoeken naar het doorbreken van depressief gedrag en stimuleert hij/zij om de toepassing van nieuwe activiteiten toe te passen. Bij gedragstherapie ligt de nadruk op het wijzigen van (automatische) gedragspatronen die depressieve gevoelens uitlokken en in stand houden. Kenmerken van een depressie zijn onder andere een overtuiging dat niks helpt en dat men het eigen kunnen te laag inschat, of zal falen, of dat anderen weinig begripvol en afwijzend zullen reageren. Hierdoor ontstaat een neiging tot passief en inactief gedrag, wat weer tot gevolg heeft dat waardevolle en plezierige activiteiten niet gedaan en ervaren worden. In de behandeling zal de therapeut de cliënt stimuleren tot gedrag dat een positieve uitwerking heeft. 

Interpersoonlijke therapie. Deze therapie (IPT) gaat uit van het idee dat veranderingen in belangrijke relaties een depressie kunnen uitlokken bij mensen die daar gevoelig voor zijn. In de therapie wordt onderzocht hoe de contacten met belangrijke anderen in uw omgeving verlopen. Daarna wordt gekeken hoe deze contacten bijdragen aan het ontstaan, of in stand houden van depressieve gevoelens. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de patiënt het moeilijk vindt om conflicten aan te gaan en zijn mening te geven. Hierdoor kan hij zich steeds meer gaan ergeren en/of terugtrekken uit contacten. Isolatie en depressieve gevoelens kunnen daardoor verergeren. In de behandeling worden één of hooguit twee probleemgebieden uitgekozen om de behandeling op te richten. In de laatste fase probeert me te komen tot een nieuw toekomstperspectief.

Problem Solving Treatment. Deze korte psychotherapeutische behandeling heeft aantoonbaar effect bij mensen met een depressie en draagt significant bij aan het verbeteren van de kwaliteit van leven. De behandeling is vooral ontwikkeld voor patiënten met langer durende psychische klachten die samenhangen met onopgeloste problemen in het dagelijks leven. De cursorische methode leert mensen (opnieuw) probleemoplossende vaardigheden aan en beslaat maximaal zes gesprekken. PST versterkt zelfmanagement van de patiënt door het ‘zelf’ plannen en uitvoeren van een gedragsverandering (ref). PST kan worden gezien als een vorm van psychotherapie. PST kan ook worden gegeven door de huisarts of POH-GGZ (dit wordt dan geen psychotherapie genoemd).

Super Psycholoog NIP Psycholoog Basis GGZ Emmen Groningen
Het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) is met ruim 13.000 leden de grootste beroepsvereniging van psychologen in Nederland. De vereniging behartigt de belangen
Bert Super NVGZP psycholoog emmen en groningen
NVGzP staat voor Nederlandse Vereniging Gezondheidszorgpsychologie en haar specialismen. NVGzP is eind 2012 opgericht en telt inmiddels circa 3.200 leden.
Keurmerk bert super psycholoog emmen en groningen
Het Keurmerk Basis GGZ is een eenduidig kenmerk voor kwaliteit in de Basis GGZ. Een psycholoog laat met het keurmerk zien dat hij zich extra inspant voor de juiste zorg
BIG register voor GZ psychologen
Het BIG-register is een Nederlands register waarin een aantal beroepsgroepen in de gezondheidszorg zijn opgenomen. Hieronder valt ook de GZ psycholoog.